skip to Main Content
034-1419364 info@vrijeschoolvalentijn.nl

Klas 1

Het onderwijs in klas 1

De eersteklasser wil leren, weten en kennen. Maar nog niet op de manier van een volwassene. De eersteklasser leert niet alleen met zijn verstand, maar ook met zijn hart en handen.

Vertelstof

In de eerste klas staan de rijke beelden uit de klassieke volkssprookjes centraal. Menselijke, sociale en geestelijke waarheden worden daarin op een concrete, beeldende manier gebracht, zonder uitleg of moraal. De vertelstof wordt in het onderwijs ingeweven.

Periodeonderwijs    

Er zijn vier taalperiodes, vier rekenperiodes en drie heemkundeperiodes.

Bij het schrijven gaat de leerkracht uit van letterbeelden die voortkomen uit de vertelstof. Zo ontstaat bijvoorbeeld uit de ‘koningsletter’, de k. De motorische vaardigheden worden ondersteund door het gebruik van krijtjes en dikke potloden. Het goed luisteren en bewust spreken wordt geoefend met beweging. Spraakoefeningen, kinderversjes en toneelspel ondersteunen dit. Er wordt een begin gemaakt met het aanvankelijk lezen.

Er wordt gewerkt met de preventieve, didactische methode van José Schraven, zo leer je kinderen lezen en spellen. Zie www.zoleerjekinderenlezenenspellen.nl

Ook het rekenen leren de kinderen vanuit het doen, met handen en voeten. Er wordt geteld met diverse materialen, zoals kastanjes, kralen en ballen. Al tellend worden de getallenreeksen van de eerste tafels gelopen en geklapt.

Heemkunde legt de basis voor de latere aardrijkskunde, biologie en natuurkunde. Het is er op gericht, belangstelling te wekken voor de natuur, de seizoenen, planten en dieren. Het gaat hierbij om de directe omgeving waarin de kinderen wonen en leven. De kinderen gaan hiervoor vaak naar buiten.

Vaklessen en oefenuren      

In de eerste klas hebben de kinderen het eerste half jaar Engels en het tweede half jaar Duits, handwerken, handvaardigheid, vormtekenen, schilderen, muziek en spel. Tijdens de oefenuren oefenen de leerlingen alles wat aangeboden is nog eens extra om het zich eigen te maken.

Klas 2

Het onderwijs in klas 2

In de tweede klas komt het temperament van het kind echt naar voren. De overgang van kleuter naar schoolkind is definitief achter de rug. Fantasie en beweeglijkheid zijn nog wel volop aanwezig. De tweedeklasser heeft het hart op de tong.

Vertelstof

Fabels en heiligenlegenden vormen de vertelstof voor de tweede-klassers. Fabels gaan over dieren, die een menselijke eigenschap uitdrukken: de sluwe vos, de wijze uil, de koppige ezel. De kinderen herkennen iets daarvan bij zichzelf of bij anderen. De fabels worden aangevuld met verhalen over het edele en goede, dat mensen ook in zich hebben. Dit zijn vooral legendes over historische personen (bijvoorbeeld heiligen zoals St. Franciscus), die na een innerlijke strijd grote liefde voor de schepping, de natuur, mens en dier hebben getoond.

Periodeonderwijs        

Er zijn vier taalperiodes, vier rekenperiodes en twee heemkunde periodes.

Met behulp van gedichtjes, ritmische oefeningen en toneelspel worden het spreken en de uitspraak ontwikkeld. Open-gesloten lettergrepen worden geoefend en ook de lettergrepen zelf. De eerst nog statische letters gaan geleidelijk over in vloeiend schrift. Veel aandacht wordt besteed aan het vormgeven van de letters en de verbindingen er tussen. De leesvaardigheid wordt verder uitgebouwd en er wordt een begin gemaakt met het niveaulezen.
Tijdens het rekenen leren de kinderen leren zich ‘vrij’ te bewegen met de getallen, door middel van de 4 hoofdbewerkingen. In de 2e klas worden de tafels van vermenigvuldiging tot 12 geleerd. Getallen tot 100 worden verdeeld. Reeksen worden oplopend en afdalend gereciteerd.

Heemkunde stimuleert de kinderen tot een bewustere en fantasievolle verbinding met de eigen omgeving. De aandacht in de eerste klas voor planten, dieren en jaargetijden wordt nu verder uitgebreid. De onderlinge samenhang van de elementen aarde, water, lucht en vuur krijgt meer nadruk.

Vaklessen en oefenuren

In de 2e klas krijgen de kinderen Engels, Duits, handwerken, handvaardigheid, vormtekenen, schilderen, tekenen, muziek en spel. Tijdens oefenuren wordt de periodestof nog eens extra geoefend. Er wordt klassikaal en individueel gewerkt.

Klas 3

Het onderwijs in klas 3

De derdeklasser is harmonisch en volgzaam. Wel is duidelijk te merken dat het een levensperiode gaat afsluiten. Het wordt zich bewust van wat er om hem heen gebeurt en vooral hoe er gereageerd wordt. Het merkt dat andere kinderen anders zijn en andere gevoelens hebben. Opgelegde regels worden al goed gehanteerd en overtreders worden direct gemeld.

Vertelstof

Verhalen uit het Oude Testament vormen de vertelstof voor de derdeklassers. De verhalen zijn, evenals de sprookjes, fabels en de heiligenlegenden in de eerste en tweede klas, pedagogisch bedoeld.

De ontwikkelingsgeschiedenis van het Joodse volk verbeeldt thema’s die in de derdeklasser leven. De strijd die het Joodse volk onder de strenge, rechtvaardige leiding van Jahwé moest doormaken, heeft daarom betekenis voor hem. De derdeklasser is nog volger, die soms morrend en overtredend de grenzen wil verkennen.

Periodeonderwijs

Er zijn drie à vier taalperiodes, drie à vier rekenperiodes en drie heemkundeperiodes.

Het spreken wordt verder ontwikkeld door gedichten en ritmische oefeningen. De leerlingen leren met vulpen vloeiend te schrijven in een lichthellend lopend schrift. Vanuit de vertelstof maken ze kennis met de werkwoorden, zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden. De spellingsregels worden aangeboden en toegepast. Een derde klasser leert verhaaltjes en versjes te schrijven aansluitend op de vertelstof en de seizoenen.

De kinderen leren zich vrij te bewegen met de getallen door middel van de vier hoofdbewerkingen. Ze moeten de tafels van 1 t/m 12 kennen. Er wordt gerekend aan de hand van situaties uit het dagelijkse leven, zoals het werken met geld. Rekenopgaven worden in veel varianten aangeboden om beweeglijkheid in het denken te ontwikkelen. Er kan een begin gemaakt worden met cijferend rekenen, d.w.z. het onder elkaar optellen, aftrekken en vermenigvuldigen.

Tijdens heemkunde komen de nieuwe elementen uit de minerale, de planten-, de dieren- en de mensenwereld erbij. Veelgebruikte onderwerpen daarbij zijn de granen, de boerderij, het verkeer, de beroepen en in de afsluitende huizenbouwperiode wordt letterlijk en figuurlijk een laatste omhulling aangebracht en afgerond.

Vaklessen en oefenuren

In de derde klas staat verder Engels, Duits, handwerken, handvaardigheid, vormtekenen, schilderen, tekenen, muziek en gymnastiek. Naast de vakuren zijn er een aantal oefenuren per week. Daarin wordt de periodestof nog eens extra geoefend. Er wordt klassikaal en individueel gewerkt.

Klas 4

Het onderwijs in klas 4

De kinderen zijn 9 à 10 jaar, een moeilijke leeftijd volgens veel ouders en leerkrachten. Wat is er aan de hand?

Het vierde klas kind voelt zich niet langer opgenomen in een beschermde, wijze wereld, maar voelt zich teruggeworpen op zichzelf. Er is als het ware een breuk ontstaan tussen het ‘ik’ en ‘de wereld’ en het kind vraagt zich verward af wie het eigenlijk is. De kritiek kan scherp zijn, ook op andere kinderen en uiteindelijk op zichzelf.

De leerkracht helpt door het kind te stimuleren de wereld om hem heen te onderzoeken. Want de wereld is mooi en er valt veel te ontdekken.

Vertelstof

Het is geen toeval dat de vertelstof van de vierde klas betrekking heeft op de Noorse mythologie, de Edda. Door Loki, de listige verleider, hebben in Midgard, de mensenwereld, dood, leugen en zelfzucht hun intrede gedaan. Aan het einde van de Edda gaat de godenwereld strijdend ten onder, nadat de mens is opgeroepen heldhaftig mee te strijden. Maar de strijd wordt gevoerd met het weten, dat na het Ragnarok, de godenbescherming, een nieuwe wereld zal oprijzen. Zo loopt de vertelstof parallel met wat zich in het kind voltrekt: het verlies van een oude wereld en het betreden van een nieuwe.

Periodeonderwijs        

Drie à vier taalperiodes

Aan de hand van de drie Nornen (wijze vrouwen) uit de Edda, die alles weten van het verleden, heden en toekomst, worden de tijden behandeld, met het vervoegen van de werkwoorden, de zwakke en de sterke werkwoorden. De kinderen schrijven verhalen om de innerlijk beleefde beelden samenhangend op papier te kunnen weergeven. Aan de ontvankelijkheid voor dubbele bodems in het taalgebruik wordt tegemoetgekomen door het behandelen van spreekwoorden en uitdrukkingen. Verder nog aandacht voor begrijpend lezen en toneel (improvisaties).

Drie à vier rekenperiodes

Nieuw in de vierde klas zijn de breuken; de wereld van de hele getallen valt uit elkaar. De verschillende manieren waarop dat uiteenvallen en samenvoegen kan plaats vinden wordt samen met de kinderen zichtbaar gemaakt en vervolgens geabstraheerd. Bij het cijferen komen staartdelingen, vermenigvuldigingen met twee cijfers aan bod, naast het oefenen van de gewone cijfervaardigheid met grotere getallen en het blijvend onderhouden van het hoofdrekenen.

Twee aardrijkskundeperiodes: In de eerste periode wordt een beeld opgebouwd van de eigen omgeving, waarin historische, culturele, sociale en economische ontwikkelingen in verhaalvorm worden behandeld. Verder leren de kinderen hun eigen plaats in de wereld te bepalen m.b.v. de windrichtingen, het kompas en het tekenen van eenvoudige kaarten. In de tweede periode wordt Nederland verder verkend aan de hand van het water: dijken, kanalisatie, droogmakerijen em polders komen aan bod. Daarnaast wat de bodem aan mogelijkheden biedt voor de mens om zijn bestaan op te bouwen. Topografische kennis van provincies met de belangrijkste streken, steden en wateren.

Er is één dierkundeperiode

Met de mens als vertrekpunt wordt getracht een verbinding tot stand te brengen met het dierenrijk. Overeenkomsten en verschillen worden beleefd tussen dier en mens.

Oefenuren

Ook in deze klas zijn oefenuren, waarin extra periodestof klassikaal en individueel wordt geoefend.

Enkele vaklessen

Engels, Duits, handwerken, handenarbeid, vormtekenen, schilderen, muziek en gymnastiek. In de schoolgids vindt u meer informatie.

Klas 5

Het onderwijs in klas 5

De vijfde klas is de meest harmonische klas van de lagere school. Een vijfdeklasser straalt evenwicht uit, zowel in fysiek als in geestelijk opzicht.

Vertelstof       

De Griekse mythologie vormt de bron van de vertelstof in de vijfde klas. Voor het eerst verschijnt in de figuur van Odysseus, de zelfstandig denkende mens. De verhalen vertonen het kenmerk dat mythologie ongemerkt overgaat in historie. De mythologische mens wordt steeds meer aardeburger, een proces dat parallel loopt met de psychische ontwikkeling van de vijfde klasser.

Periodeonderwijs     

Drie à vier taalperiodes

Bij de grammatica worden de bedrijvende en lijdende vorm, directe en indirecte rede, de trappen van vergelijking behandeld. De taalkundige ontleding (het benoemen van de woordsoorten) wordt voortgezet. Verschillende soorten opstellen worden geoefend zoals de vertelling, het verslag en het schrijven van brieven. Het spreken krijgt aandacht door spraakoefeningen. Lezen van moeilijke teksten, begrijpend lezen en uitbreiding van de woordenschat komen aan de orde. Verder is er ruimte voor toneel en improvisaties.

Drie à vier rekenperiodes

Het hoofdrekenen en cijferen wordt uitgebreid. Nieuw is ook het schatten, wegen en meten. Het metrieke stelsel wordt behandeld, beginnend met de menselijke maat, de duim, el en voet. In de vijfde klas worden de breuken voortgezet en later de getallen achter de komma (tiendelige breuken).

Eén à twee aardrijkskundeperiodes

De hele wereld wordt het klaslokaal binnengehaald wanneer we ons realiseren wie en wat er allemaal bij betrokken is om ons dagelijks te voeden, te kleden, van cultuur te genieten, etc. Uit het rijke aanbod worden een paar producten genomen om de weg te volgen van grondstof tot eindproduct. Het kaarttekenen en het maken van werkstukken krijgen hierbinnen een ruime plaats. De topografische kennis wordt uitgebreid tot Europa.

Planten worden in relatie tot hun omgeving behandeld: de bodemgesteldheid, zonlicht en -warmte, waterhuishouding.We zien een schetsmatige ontwikkeling van het plantenrijk, zoals die zich voltrekt van paddestoel tot tweezaadlobbigen.

Twee geschiedenisperiodes

De geschiedenis is de biografie van de mensheid. Op de ontwikkeling die de mensheid heeft doorgemaakt, ligt de nadruk en de nationale geschiedenis speelt daar een minder prominente rol. Na de zondvloedverhalen die in alle oude culturen voorkomen, trekken de kinderen mee met de ontwikkeling zoals de Indiërs, de Perzen, de Mesopotamiërs en de Egyptenaren die hebben doorgemaakt, uitkomend via de Grieken bij de Romeinen (zesde klas).

Oefenuren

Ook in deze klas zijn oefenuren, waarin extra periodestof klassikaal en individueel wordt geoefend.

Enkele vaklessen

Engels, Duits, handwerken, handenarbeid, vormtekenen, schilderen, muziek, verkeer en gymnastiek. In de schoolgids vindt u meer informatie over de lessen.

Klas 6

Het onderwijs in klas 6

Basis voor zelfstandige mening

De kinderen in de zesde klas staan voor de overgang naar de pubertijd. Ze willen vrij zijn en ‘het ware leven’ ontdekken. Toch hechten ze nog sterk aan een volwassene die ze kunnen vertrouwen. Aan bekende situaties, aan grenzen en regels waarvan de redelijkheid nu wel moet worden uitgelegd, ontlenen ze nog de zo noodzakelijke zekerheid en veiligheid.

Het redeneren en gelijk krijgen op grond van de logica, wordt een interessante en spannende bezigheid. De basis voor een zelfstandig oordeelsvermogen wordt gelegd.

Zeker in deze leeftijdsfase moet met de leerstof echte interesse gewekt worden. Het is hier belangrijk dat de kinderen zich, bij het zoeken naar evenwicht, door de leerkracht gezien en erkend weten.

Vertelstof     

De Romeinse tijd en de daarop volgende Middeleeuwen vormen de vertelstof voor de zesde klas. Zij sluiten aan op de belevingswereld van de 12-jarige. Kenmerkend is de sterke religieuze en gevoelsmatige verinnerlijking. Het zelfbewuste individu stond in Rome op de voorgrond.

In de Middeleeuwen worden de opkomst van vorstendommen en vrije steden met burgers en ambachtslieden een feit. Rond het 12e jaar wordt het kind rijp voor abstracties, logica en verbanden. Een nieuwe tijd breekt aan en dat gebeurt ook in de vertelstof. De Renaissance met zijn grote wetenschappelijk-technische uitvindingen, de mondiale ontdekkingsreizen, in alles doet zich in de nieuwe tijd een onstuitbare drang tot ontdekken en veroveren gelden. De schaduwzijden van deze ontwikkeling, zoals het kapitalisme met schrijnende sociale gevolgen en de oorlogen, komen pas in de 8e klas (bovenbouw) aan bod.

Periodeonderwijs

Er zijn minimaal tien periodes van drie weken, te weten: 3 taalperiodes, 3 rekenperiodes, 1 aardrijkskunde, 1 geschiedenis, 1 menskunde en 1 natuurkundeperiode. De rest van het schooljaar wordt aangevuld met periodes die van jaar tot jaar kunnen verschillen afhankelijk van het niveau van de klas.

De taalperiodes richten zich ondermeer op het grammaticaal onderscheiden van woordsoorten, zich helder uitdrukken op schrift (ook in briefvorm) en in het discussiëren en luisteren als sociale vaardigheid. Behalve taalkundig wordt er ook redekundig ontleed.

Bij het rekenen staan sommen naar aanleiding van het praktische leven centraal. Breuken en procenten kunnen bijvoorbeeld praktisch gemaakt worden aan geld- en bankzaken. Hier komen negatieve getallen, machtsverheffen en worteltrekken bij. Een begin wordt gemaakt met algebra; het gebruik van letters als symbool, in formules en vergelijkingen. In de meetkunde worden de figuren, bij het vormtekenen uit de hand getekend, nu geconstrueerd. Al doende leren de kinderen de voornaamste eigenschappen ontdekken van cirkels, drie- en veelhoeken. De stelling van Pythagoras komt aan de orde.

Tijdens aardrijkskunde gaan we aan het werk met de meest karakteristieke gesteenten (zoals graniet en kalk). De topografische kennis wordt uitgebreid naar andere werelddelen.

De eerder besproken vertelstof wordt in deze klas vooral in de geschiedenis-periodes gebracht. Met name de karakteristieken van de Middeleeuwen, Karel de Grote, de kruistochten en de 80-jarige oorlog.

Er is één periode plant-, dier- en menskunde. De stof uit de voorgaande leerjaren wordt uitgebreid.

De natuurkunde begint bij dagelijks waarneembare verschijnselen. Het zelf waarnemen en beschrijven van verschijnselen met betrekking tot geluid, licht, warmte, elektriciteit en magnetisme zijn belangrijk.

De vaklessen       

Duits, Engels, handwerken, handenarbeid, vormtekenen, gymnastiek, tekenen, schilderen, muziek en spel.

Vensteruur

Het vensteruur staat in alle klassen één keer per week op het rooster. Het vensteruur heeft een religieuze betekenis. Veel mensen beleven hun dagelijkse werkelijkheid als afgesloten van de ‘geestelijke wereld’ waaruit we afkomstig zijn. Religie betekent letterlijk ‘herverbinding’. Het duidt op herstel van de relatie tussen het menselijk bewustzijn en de geestelijke wereld. De vrijeschool probeert voor de kinderen door verhalen de ‘vensters’ naar die wereld regelmatig even te openen. De kinderen kijken er graag door en blijken het ‘uitzicht’ nog vrij vanzelfsprekend te vinden. Overigens wordt in het vensteruur niet rechtstreeks over het geestelijke gesproken. De vertellingen sluiten aan bij de vertelstof en in de hogere klassen kunnen daar gesprekken bij komen.
In de schoolgids vindt u meer informatie over de lessen.

Back To Top